Leuke weetjes

Wapen

Oudenburg bezit al sedert 1226 een stadswapen. Het stelde een stadspoort of kasteel met kantelen voor. Het verwijst vermoedelijk naar het Romeinse castellum dat er ooit stond. Deze voorstelling werd in grote lijnen doorheen de geschiedenis behouden. De oudste bekende afbeelding in kleur dateert uit de tweede helft van de vijftiende en is terug te vinden in een wapenboek.

De voorstelling werd bevestigd in het cartularium van de stad Oudenburg (circa 1500). Ook met de oprichting van België werd wat betreft Oudenburg voor dit wapen gekozen. Na de fusie in 1977 met Ettelgem, Roksem en Westkerke werd het wapen behouden, maar aangevuld met schilddragers (de patroonhelige van de stad Sint-Arnoldus en Sint-Bertinus die verwijst naar de Sint-Bertinusabdij in Sint-Omaars die gronden bezat in Ettelgem, Roksem en Westkerke) en een stedenkroon.

Het wapen van Oudenburg wordt als volgt beschreven: "In goud een geopend kasteel met opgetrokken valdeur en drie gedekte torens van keel, gemetseld, verlicht en getopt met een bol van zilver, de benedenhelft van de poort beladen meteen schild, geschaakt in vijf rijen van zilver en van lazuur. Het schild getopt met een stedenkroon met vijf torentjes en gehouden door een Sint-Arnold en een Sint-Bertijn, alles van goud.

Vlag

De vlag van Oudenburg is op het wapen geïnspireerd. Het schildje in de poort werd vervangen door het wapen van Roksem, de enige deelgemeente die officieel een wapen bezat voor de fusie.

De vlag van Oudenburg wordt als volgt beschreven: "Geel met een rood geopend kasteel met opgetrokken valdeur en drie gedekte torens, gemetseld, verlicht en getopt met een bol van wit, de benedenhelft van de poort beladen met een schild, gedwarsbalkt van acht stukken van wit en van rood, met een blauwe leeuw over alles heen.

Varia

In 1977 fusioneerden Ettelgem, Oudenburg, Roksem en Westkerke tot één grote gemeente met iets meer dan negenduizend inwoners. De landbouw bleef naast de pendelarbeid en enkele lokale bedrijven de voornaamste economische troef. Een nieuwe ambachtelijke zone, de op- en afrit van de autoweg en de heraanleg van de dorpskernen zijn nieuwe troeven. Het bleef een rustig plattelandsstadje op de grens tussen polder- en zandstreek.

Oudenburg bezit naast zijn rijk historisch verleden, enkele andere toeristische troeven. Naast de al vermelde overblijfselen van de Sint-Pietersabdij vermelden we speciaal de gerestaureerde Romaanse Sint-Eligiuskerk. De Romaanse verdstenen pijlers en vensteropeningen verstellen ons haar ouderdom: twaalfde eeuw. De verschillende recentere ver- en aanbouwingen tekenen zich nog steeds af in de constructie. Van het oorspronkelijk driebeukige schip met vijf traveeën bleven slechts enkele kleinere restanten over.

Tijdens de godsdiensttroebelen in de zestiende eeuw was het gebouw in verval geraakt. In de volgende periode gebeurden dan ook vele herstellingen en in de zeventiende eeuw bouwde men een nieuwe sacristie bij en restaureerde men grondig de middeleeuwse Mariale kapel. Dankzij de samenwerking van verschillende instanties werd dit beschermd monument gerestaureerd (1986-1988). De nabijgelegen nieuwe Sint-Eligiuskerk is neogotisch. Ook de parochiekerken van Oudenburg en Westkerke werden in die stijl opgetrokken. Van de oude bidplaats van Westkerke bleef wel de vroeggotische toren bewaard. Op het grondgebied van Roksem staat de zgn. "Witte Molen” uit 1843, die een vijftal jaar geleden werd gerestaureerd. In die deelgemeente ligt ook het domein "De Hoge Dijken”. Deze centrale waterplas, de zgn. "Roksemput” (35 ha), ontstond door zandontginning en bezit een rijk fauna en flora. Het domein werd uitgebouwd als natuureducatief centrum.

Bij het doorkruisen van deze streek valt ook het pittoreske landschap op. Enkele statige bomenrijen omzomen er de kanalen en beken. Het sluizencomplex Plassendale, gelegen langs het kanaal Brugge-Oostende en Oudenburg-Nieuwpoort, speelde een belangrijke rol in de economische geschiedenis van de streek en van Brugge. Het geheel is bezaaid met hoeven en schuren. Dit landschap werd regelmatig op doek vastgelegd door kunstschilder Louis Clesse (Elsene 1889-1961), ereburger van Oudenburg. Eigenlijk is de vlakke streek een echt fietsparadijs, waar de geïnteresseerde bezoeker kennis maakt met een stukje Vlaamse cultuur. En … op culinair gebied houdt de regio zijn faam hoog.

Een waaier van gastronomische geneugten en streekgerechten verwent iedere veeleisende fijnproever in stemmige eethuisjes. Kortom een streek waar iedereen zijn gading vindt.